Je eigen plan
Alles bij elkaar. Met het kompas vind je de les die je nu nodig hebt. In je draaiboek zet je wat helpt, wat lastig is en hoe anderen kunnen helpen. Jij kiest wie het ziet.
Dit komt uit de ervaring van mensen met ADHD, niet uit onderzoek. Veel mensen hebben er iets aan. Kijk of het bij jou past.
Eerst even gokken
Wat weet je al over een eigen plan? Kies wat je denkt. Fout is niet erg.
Wat is je eigen plan?
In deze cursus heb je veel ingevuld. Je startknop. Je tijdbalk. Je focuskaart. Je noodplan. Je eigen plan zet dat bij elkaar, op één plek.
Het heeft twee delen. Het kompas helpt je de les te vinden die je nu nodig hebt. Het draaiboek is een overzicht van jou. Wat helpt, wat lastig is, en hoe anderen je kunnen helpen.
Op een filmset heeft iedereen het draaiboek. Daarin staat wat er wanneer gebeurt, en wat er nodig is. Zo hoeft de regisseur niet alles steeds opnieuw uit te leggen. Jouw draaiboek doet hetzelfde. En jij bepaalt wie het krijgt.
Je draaiboek is van jou. Jij kiest wat erin staat, en wie het ziet.
Het kompas
Weet je niet waar je moet beginnen? Beantwoord een paar vragen. Dan krijg je een link naar de les die past.
Wat je invult, blijft op dit apparaat.
Waarom een draaiboek?
Elk ADHD-brein is anders. Een nieuwe mentor, docent of collega weet niet wat bij jou werkt. Dan moet je het elke keer opnieuw uitleggen. Voor een ADHD-brein is dat extra lastig. In een gesprek vergeet je snel wat je wilde zeggen.
Met een draaiboek heb je het al op papier. Je hoeft het niet ter plekke te bedenken. En de ander kan het teruglezen.
Je kunt het ook voor jezelf gebruiken. Wat helpt mij? Waar loop ik vast? Zo leer je jezelf beter kennen. En je kunt het bijwerken als er iets verandert.
Wat weten we?
Over een draaiboek of paspoort voor mensen met ADHD is nog geen onderzoek. Het bewijs staat daarom op ervaring. Wel weten we iets over de stukken die erin staan.
| Wat | Wat we weten | Bron |
|---|---|---|
| Aanpassingen | Met aanpassingen hadden werkenden met veel kenmerken van ADHD minder vaak problemen | Suzuki e.a. (2026) |
| Sterke kanten | Volwassenen met ADHD noemden: creatief denken, hyperfocus, energie, durf en veerkracht | Sedgwick e.a. (2019) |
| Zelf aangeven | Aanpassingen bij je studie moet je zelf aangeven | Studiekeuze123 |
| Thuis | Duidelijke afspraken helpen kinderen met ADHD. Maak ze samen, en begin met een paar | Thuisarts.nl |
Daarom staan in je draaiboek ook je sterke kanten. Niet alleen wat lastig is.
Probeer het zelf
Maak je draaiboek. Vul de vragen bovenaan in. Daaronder staat wat je eerder op kaarten invulde. Kies wat erin komt. Download of druk het af.
Wat je invult, blijft op dit apparaat.
Hoe pak je het aan?
Vandaag: vul het kompas in
Waar zit je nu mee? Volg het kompas, en lees de les die past. Je hoeft niet alles tegelijk te doen.
Vul eerst een paar kaarten in
Je draaiboek haalt op wat je eerder invulde. Heb je dat nog niet gedaan? Begin met je startknop en je focuskaart. Die zeggen vaak het meest.
Kies wat erin komt
Niet alles hoeft erin. Kies per onderdeel. Voor een nieuwe mentor misschien je focuskaart en je tijdbalk. Voor een werkgever misschien alleen wat je nodig hebt.
Geef het aan wie je wilt
Druk het af, of stuur het als bestand. Bespreek het in een kort gesprek. Vraag of de ander nog vragen heeft.
Werk het bij
Wat helpt, kan veranderen. Kijk elk half jaar, of na een overstap, of het nog klopt. Zet een herinnering in je agenda, anders vergeet je het.
Herken je dit?
Casus 1Joep, 12, naar de brugklas
Joep gaat naar de brugklas. Op de basisschool wist de meester wat hij nodig had. Een plek voorin, en korte opdrachten.
Zijn ouders vertellen het in een gesprek. De mentor knikt, maar vergeet de helft.
Alleen vertellen is snel vergeten. En de mentor kan het niet doorgeven aan andere docenten.
Joep maakt met zijn ouders een draaiboek. Met zijn focuskaart, zijn startknop en zijn sterke kanten. De mentor deelt het, met toestemming, met zijn docenten.
Iedereen kan het teruglezen. Joep hoeft het niet steeds opnieuw uit te leggen.
Casus 2Sara, 24, net ontdekt
Sara hoorde net dat ze ADHD heeft. Ze heeft veel vragen, maar weet niet waar ze moet beginnen.
Sara leest van alles op internet. Ze raakt overweldigd.
Te veel informatie tegelijk. En niet alles klopt.
Sara volgt het kompas. Haar hoofd zit vol. Het kompas stuurt haar naar de les over je hoofd leeg maken. Daarna leest ze over beginnen.
Sara begint bij wat nu speelt. Stap voor stap.
Casus 3Marco, 39, een nieuwe leidinggevende
Marco krijgt een nieuwe leidinggevende. De vorige wist wat hij nodig had: een rustige plek en een vast overleg.
Marco wacht af, en hoopt dat het goed gaat.
De nieuwe leidinggevende weet het niet. Het vaste overleg verdwijnt.
Marco kiest uit zijn draaiboek wat hij kwijt wil: zijn werkkaart en zijn sterke kanten. Niet zijn noodplan. Hij bespreekt het in een kort gesprek.
De leidinggevende weet wat Marco nodig heeft. En Marco heeft zelf gekozen wat hij deelt.
Past het niet?
- Je wilt niet dat iemand het zietJe houdt het liever voor jezelf.Dat hoeft ook niet. Je kunt het draaiboek alleen voor jezelf gebruiken.
- Iemand leest het nietJe gaf het, maar er gebeurt niets mee.Bespreek het in een kort gesprek. Kies de drie belangrijkste punten.
- Het klopt niet meerWat vroeger hielp, werkt nu niet.Werk het bij. Wat helpt, kan veranderen.
- Je begint er niet aanHet voelt als te veel werk.Begin met één kaart, bijvoorbeeld je startknop. Of vul het samen in met iemand die je goed kent.
Voor jou
Wat betekent dit voor jou? Kies op het overzicht wie je bent, dan staat jouw stukje open.
Zelf
Je draaiboek is van jou. Begin klein, met één of twee kaarten. Jij kiest wat erin komt, en wie het ziet. Zet ook je sterke kanten erin.
Ouder of verzorger
Maak het draaiboek samen met je kind. Laat je kind zelf kiezen wat erin komt, zeker als het ouder wordt. Neem het mee bij een overstap.
Leerkracht, docent of leidinggevende
Krijg je een draaiboek? Lees het, en vraag wat het belangrijkst is. Deel het alleen met toestemming. Vraag na een tijdje of het nog klopt.
Basisschool
Vul het draaiboek samen met je ouders in. Geef het aan je juf of meester aan het begin van het schooljaar.
Middelbare school
Geef je draaiboek aan je mentor. Vraag of die het, met jouw toestemming, deelt met je docenten.
Studie
Neem je draaiboek mee naar de studentendecaan. Het helpt bij het aanvragen van aanpassingen.
Werk
Kies zelf wat je deelt met je leidinggevende. Je werkkaart en je sterke kanten zijn vaak genoeg.
Mythes & valkuilen
| Bewering | Klopt het? | Wat wel klopt |
|---|---|---|
| In een draaiboek moet alles staan. | Nee | Jij kiest wat erin komt, en hoeveel. |
| Een draaiboek maak je één keer. | Nee | Wat helpt, kan veranderen. Werk het af en toe bij. |
| In een draaiboek staat alleen wat misgaat. | Nee | Zet er ook je sterke kanten in. |
Hulp nodig?
- Iemand die je vertrouwt
- een ouder, een vriend, een broer of zus. Vul het draaiboek samen in.
- Op school of studie
- je mentor, de intern begeleider (IB'er) of de studentendecaan.
- Op je werk
- je leidinggevende, de bedrijfsarts, of een jobcoach.
- De huisarts
- als het al lang niet goed gaat.
- Impuls & Woortblind
- de vereniging voor mensen met ADHD.
Samenhang
Lees eerst
- Beginnenmet je startknop
- Focus makenmet je focuskaart
Verwant
- Vertellen of nietaan wie vertel je het, en wat?
- Hulp regelenhet gesprek voorbereiden
Hierna
- Wat is ADHD?terug naar het begin, of geef de cursus aan iemand anders
Bronnen
- onderzoekSuzuki e.a. (2026). Workplace adjustments equivalent to reasonable accommodations and workplace maladjustment in a general working population, with a focus on high autism spectrum disorder (ASD) and attention deficit/hyperactivity disorder (ADHD) traits. Environmental Health and Preventive Medicine 31.1000 werkenden in Japan. Wie veel kenmerken van ADHD of autisme had, had minder vaak problemen op het werk als er aanpassingen waren. Bij mensen met minder kenmerken was dat ook zo, maar minder sterk.
- onderzoekSedgwick, Merwood, Asherson (2019). The positive aspects of attention deficit hyperactivity disorder: a qualitative investigation of successful adults with ADHD. ADHD Attention Deficit and Hyperactivity Disorders 11(3).Gesprekken met volwassenen met ADHD die het goed doen. Zij noemden sterke kanten: anders en creatief denken, hyperfocus, energie, durf en veerkracht. Een klein onderzoek met gesprekken.
- richtlijnStudiekeuze123 (2026). Studeren met een ondersteuningsbehoefte. studiekeuze123.nl.Wil je aanpassingen in je studie, dan moet je dat zelf aangeven bij de onderwijsinstelling, het liefst al voor je begint. Voorbeelden: een aangepast rooster, meer tijd voor een tentamen, of opdrachten later inleveren.
- richtlijnThuisarts.nl (NHG) (2026). Mijn kind heeft ADHD. Thuisarts.nl.De kenmerken moeten er op minstens twee plekken zijn, vóór je 12e beginnen en langer dan een half jaar duren. Meisjes vallen minder op. Druk gedrag doet een kind niet expres. Adviezen: wees duidelijk en positief, met regels die altijd hetzelfde zijn, vaste tijden, elke ochtend vertellen wat er komt (met plaatjes of een schrift), samen afspraken maken (begin met de 5 belangrijkste), makkelijke woorden en korte zinnen, en meteen laten merken als het goed gaat. Elke dag een uur stevig bewegen en niet langer dan een uur achter elkaar zitten. Er zijn trainingen voor ouders en voor leraren. Medicijnen kunnen helpen als adviezen en gedragstherapie niet genoeg helpen; bekende bijwerkingen zijn minder eetlust, slecht slapen, hoofdpijn en buikpijn. Ongeveer 2 op de 10 kinderen hebben als volwassene geen last meer.
- ervaringVereniging Impuls & Woortblind (2026). ADHD. impulsenwoortblind.nl.De vereniging voor mensen met ADHD. Er zijn drie beelden: gecombineerd, vooral onoplettend (vaak ADD genoemd, officieel ADHD) en vooral hyperactief-impulsief. Mensen met ADHD noemen zelf vaak een vol hoofd. Sterke kanten die vaak genoemd worden: snel denken, creatief, goed improviseren.
Toets
Laat zien wat je weet. Er zijn 8 vragen. Heb je er 6 goed, dan heb je het onderwerp gehaald.
Gebaseerd op onderzoek en op de ervaring van mensen met ADHD. Deze cursus legt uit wat ADHD is en geeft je hulpmiddelen. Hij stelt geen diagnose en vervangt geen hulpverlener. Herken je jezelf, of gaat het niet goed? Praat erover met iemand die je vertrouwt, je huisarts, of je mentor of studentendecaan.